Leefstijladviezen en gedragsverandering

Stap 1 in de behandeling  is altijd leefstijladvies op maat volgens de verschillende NHG-Leefstijlmodules.
Voor onderdelen van leefstijlgerichte interventies kun je samenwerken binnen de keten met de diëtist of buiten de keten doorverwijzen naar bijvoorbeeld de fysiotherapeut of de POH-GGZ (Verwijscriteria).

Advies: Gezond eten, voldoende bewegen, stoppen met roken en een BMI tussen de 20 en 25 kg/m2.

Handige links:


Zorgmodule Stoppen met roken

Gedragsmatige ondersteuning bij SMR volgens het zorgprogramma omvat:

  • Korte stopadviezen gericht op gedragsverandering die huisartsen, medisch specialisten, klinisch psychologen en verloskundigen geven, als onderdeel van hun gebruikelijke zorgcontacten.
  • Intensieve vormen van begeleiding: een serie van minimaal vier contacten van tenminste tien minuten in een periode van één tot enkele maanden. Deze vorm van begeleiding kan zowel individueel als in een groep plaatsvinden.

Handige links:

Zorgmodule Voeding en gewicht

De huisarts en/of praktijkondersteuner geven alle patiënten binnen het zorgprogramma een voedingsadvies, volgens op de meest recente Richtlijn Goede Voeding van de Gezondheidsraad.

Het beperken van het gebruik van alcohol is een onderdeel van dit advies. De huisarts en/of POH adviseert patiënten met overgewicht af te vallen. Bij patiënten met een BMI >25 leidt het realiseren van 5 tot 10% gewichtsverlies tot verlaging van het risicoprofiel. Het is vooral bij ouderen (>70 jaar) belangrijk dat zij op een gezonde manier afvallen en dus niet te eenzijdig eten.

Belangrijke onderdelen in de behandeling zijn:

  • kennis over gezonde voeding, ook bij specifieke HVZ -aandoeningen.
  • inzicht in het voedingspatroon.
  • inzicht in motivatie voor het aanpassen van het voedingspatroon.
  • natriumbeperking.
  • een concreet plan voor het aanpassen van het voedingspatroon.

Handige links :


Zorgmodule Bewegen

Adviseer De patiënt om een lichamelijk actieve levensstijl toe te passen die aansluit op de mogelijkheden, motivatie en dagelijkse routine. Zelfs een kleine toename van lichamelijke activiteit is gunstig. Om adviezen over lichaamsbeweging op termijn op te volgen, is langdurige begeleiding, vooral gericht op gedragsverandering, nodig. een stappenteller kan effectief zijn om de patiënt te motiveren meer te bewegen.

Voor de start van een bewegingsprogramma dat meer inhoudt dan wandelen, moet de huisarts bepalen of er geen (relatieve) contra-indicaties zijn voor bepaalde soorten inspanning. De fysiotherapeut kan binnen de keten de beweegmogelijkheden van de patiënt in kaart brengen en een advies op maat geven.

Handige links:


Psychische problemen

Wees alert op psychische problemen zoals stress, angst en depressie. De Instel-vragenlijst kan helpen bij een eerste screening op psychische problemen.

Handige link:

Denk bij de aanpak van leefstijlfactoren aan de mogelijkheid of je de patiënt binnen de keten kunt verwijzen naar de diëtiste voor begeleiding. Ook een verwijzing naar de fysiotherapeut voor beweegadvies buiten de keten kun je overwegen. Zo nodig kun je de patiënt voor evaluatie of behandeling van psychosociale factoren die leiden tot bijvoorbeeld stress of depressie buiten de keten verwijzen naar de POH-GGZ.