Leefstijl-advisering op maat

Instelfase

 

Geef leefstijl-advisering op maat volgens de NHG-Leefstijlmodules. Adviseer de patiënt om te stoppen met roken, voldoende te bewegen, gezond te eten en een BMI tussen de 21 en 25 kg/m2 na te streven. Voor onderdelen van leefstijlgerichte interventies kan worden samengewerkt binnen de keten met paramedici, vooral diëtisten en fysiotherapeuten: zie Verwijscriteria.

Handige links:


Zorgmodule stoppen met roken


Stoppen met roken (SMR) is de meest effectieve behandelingsoptie om versnelde achteruitgang van de longfunctie te voorkómen en is voor alle COPD-patiënten in elke fase van de aandoening de belangrijkste behandeling zonder medicatie. COPD-patiënten motiveren om te stoppen met roken kost veel tijd en overtuigingskracht. Daarom zal de huisarts regelmatig als eerste in aanmerking komen om een motiverend gesprek te voeren. Vervolgens wordt deze interventie overgenomen door de POH. Het is erg belangrijk dat de verschillende ketenpartners consistent zijn in het advies.

Gedragsmatige ondersteuning bij SMR in het zorgprogramma omvat:

  • korte stopadviezen voor gedragsverandering die zorgverleners geven, als onderdeel van hun gebruikelijke zorgcontacten.
  • intensieve vormen van begeleiding. Een serie van minimaal vier contacten van tenminste tien minuten in een periode van één tot enkele maanden. Deze vorm van begeleiding kan zowel individueel als in een groep gebeuren.

Handige links:


Zorgmodule Voeding en gewicht


Bij astma lijkt er een verband te zijn tussen obesitas en verminderde astma-controle. Bij COPD kunnen een verminderde voedingstoestand en overgewicht en obesitas voorkomen

COPD en lichaamsgewicht

  • Voor mensen met COPD is een BMI tussen 21-30 gunstig. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een BMI tussen de 21 en 30 beschermend werkt tegen ernstige en terugkerende infecties en minder kans geeft op ziekenhuisopname. Wanneer er andere medische redenen zijn die gewichtsvermindering vereisen, is het belangrijk prioriteiten qua behandeling af te wegen.
  • Bij een BMI tussen de 27 en 30, kan het raadzaam zijn om de voedingsgewoonten en het leefpatroon aan te passen, bijvoorbeeld als er belemmeringen zijn door overgewicht bij het ademhalen.
  • Een BMI boven de 30 geeft vaak lichamelijke klachten, met name in rug en gewrichten. Ook vormt het hoge gewicht een extra risico voor het krijgen van bijvoorbeeld een hoge bloeddruk, diabetes mellitus, hart- en vaatziekten of slaapapnoe.

Gewichtstoename door COPD
Door de klachten van de COPD kan het zijn dat er minder energie verbruikt wordt. Kortademigheid en vermoeidheid kunnen ervoor zorgen de beweging minder is dan voorheen. Daardoor gaat ook de energiebehoefte naar beneden. Bij hetzelfde eetpatroon zal er gewichtstoename optreden. Medicijnen zoals Prednison kunnen ervoor zorgen dat de vetverdeling van uw lichaam verandert. Bovendien kunnen medicijnen zorgen voor een toename van de eetlust en het vasthouden van vocht. Bij een gewichtstoename is het belangrijk dat de voeding aanpast wordt aan de activiteit. Ook is het van belang dat men ondanks vermoeidheid of kortademigheid in beweging blijft. Dit houdt de conditie en spiermassa op peil en voorkomt het onbedoeld aankomen.

Gewichtsverlies door COPD
Ongewenst gewichtsverlies komt regelmatig voor bij chronische longpatiënten. Zelfs bij een normaal eetpatroon. Doordat het meer moeite kost om voldoende lucht binnen te krijgen, is het energieverbruik bij veel longpatiënten verhoogd. Bij infecties en koorts is de energiebehoefte nog eens extra verhoogd. De eetlust is dan juist meestal minder. Het gewichtsverlies zorgt voor afname van de hoeveelheid spieren. Het gaat hierbij niet alleen om arm- en beenspieren, maar ook om ademhalingsspieren. Juist die ademhalingsspieren zijn voor patiënten met longziekten belangrijk. Ook kan gewichtsverlies ongunstige effecten hebben op uw afweersysteem met opvlammingen van de COPD tot gevolg.

Criteria voor een verminderde voedingstoestand bij COPD-patiënten:

  • een BMI < 21 , voor mensen > 65 jaar < 22;
  • een tekort aan spiermassa (VVMI) voor mannen ≤ 16-17 kg/m², voor vrouwen  ≤ 15 kg/m²;
  • of ongewenst gewichtsverlies; d.w.z. > 5% in 1 maand of > 10% in 6 maanden.

Voedingsadvies
Belangrijke onderdelen in de behandeling gericht op voeding zijn:

  • Kennis over gezonde voeding.
  • Inzicht in het voedingspatroon.
  • Inzicht in motivatie voor het aanpassen van het voedingspatroon.
  • Een concreet plan voor het aanpassen van het voedingspatroon.

De huisarts en/of de POH geeft de patiënt binnen het zorgprogramma op indicatie een voedingsadvies, volgens de Richtlijn Goede Voeding en adviseert patiënten met overgewicht. Het beperken van alcoholgebruik is een onderdeel van dit advies.

De POH kan de patiënt ook verwijzen naar de diëtist. De diëtist kan de patiënt helpen bij de verbetering van diens gewicht bij ongewenst gewichtsverlies maar ook bij overgewicht. Eiwitten zijn belangrijk voor het behoud en de aanmaak van spieren. De diëtist kan de persoonlijke behoefte berekenen en adviezen geven over eiwitrijke voeding met voldoende energie.

Handige links:

Zorgmodule bewegen


Regelmatig bewegen is erg belangrijk voor mensen met astma of COPD. Ook stoppen met roken en uitbreiding van beweging heeft een gunstig effect op het ziektebeeld. Als de patiënt bij weinig inspanning al kortademig wordt, dan moet hij zich daardoor niet laten tegenhouden. Bewegen is dan juist extra belangrijk. Zelfs een kleine toename van lichamelijke activiteit is gunstig.

  • Leg uit dat bewegen bijdraagt aan het verbeteren of stabiel houden van het fysiek functioneren.
  • Adviseer de patiënt voldoende te bewegen: ≥ 150 min. per week matig intensieve inspanning zoals wandelen en fietsen verspreid over diverse dagen (langer geeft extra gezondheidsvoordeel).
  • Adviseer om voorafgaand aan de inspanning eventueel een kortwerkende luchtwegverwijder te gebruiken. 
  • Ook kan de patiënt worden gewezen op verschillende beweegactiviteiten in de eigen regio. Via het loket van de gemeente kan de patiënt meer informatie krijgen over deze activiteiten en mogelijke vergoedingen.

  • Om adviezen over lichaamsbeweging te blijven volgen, is langdurige begeleiding gericht op gedragsverandering nodig.

Aandachtspunten:

  • Voordat de patiënt start met een bewegingsprogramma dat meer is dan wandelen, moet de huisarts bekijken of er geen (relatieve) contra-indicaties zijn voor bepaalde soorten inspanning. Veel COPD-patiënten hebben multimorbiditeit. Houd hier rekening mee.
  • Alle mensen met astma krijgen in principe een beweegadvies op maat. Uitgangspunt is dat astmapatiënten kunnen meedoen aan reguliere sportactiviteiten en geen beperking in hun beweegactiviteiten ondervinden. 
  • Overweeg verwijzing naar een gespecialiseerde fysiotherapeut (zie verwijscriteria) :
    • voor een aanvullend advies over bewegen. De fysiotherapeut kan de beweegmogelijkheden van de patiënt in kaart brengen, bijvoorbeeld volgens de 6 minuten-wandeltest en geeft een beweegadvies op maat.
    • bij patiënten met een verhoogde ziektelast (met name bij CCQ ≥ 2) met voldoende kennis en ervaring in de behandeling van patiënten met COPD en ook bij patiënten met een lichte ziektelast die fysieke beperkingen ervaren (met name bij CCQ 1-2). Bij deze COPD patiënten kan de fysieke activiteit en/of capaciteit verminderd zijn door bijvoorbeeld (angst voor) kortademigheid of slijmvorming.  De fysiotherapeut bepaalt aan de hand van een screening van fysieke activiteit en capaciteit of fysiotherapie geïndiceerd is. Een blijvend verhoogde ziektelast is een indicatie voor verwijzing naar de longarts.
  • Geef bij verwijzing naar een fysiotherapeut de volgende informatie mee:
    • FEV1
    • MRC- en CCQ-scores
    • aantal doorgemaakte longaanvallen en/of ziekenhuisopnames in de afgelopen 12 maanden
  • Bij patiënten met een verlaagde fysieke capaciteit en een indicatie voor inspanningstraining overlegt de fysiotherapeut met de huisarts over een eventuele maximale-inspanningstest om te bepalen welke intensiteit en wijze van inspanning veilig is. Voor deze test is een verwijzing nodig. De test wordt bij voorkeur afgenomen onder supervisie van een longarts.

Handige links:


Psychische problemen


Wees alert op psychische problemen, zoals angst en depressie. De Instel-vragenlijst kan helpen bij een eerste screening op psychische problemen. De patiënt kan buiten deze keten worden verwezen naar de POH-GGZ.

Handige links