Veelgestelde vragen

  • CVRM
  • DM2
  • Overig
  • Astma/COPD

Zorginhoudelijke vragen

1. Wat doen we met patiënten die in het zorgprogramma CVRM zitten en vervolgens een CVA krijgen? Welke contacten mogen nog door de arts gedeclareerd worden en welke niet?
2. Bij de diagnose Reumatoïde artritis (ICPC L88) is meestal de reumatoloog de hoofdbehandelaar. Behandeling vindt meestal poliklinisch in de 2e lijn plaats, onder verantwoording van de reumatoloog. Dat is dus een reden om te excluderen. Klopt dat?
3. In het rijtje ziektebeelden ontbreekt “pre-diabetes” (ook wel 'verstoord suiker'). Moeten patiënten met deze diagnose niet opgenomen worden in de CVRM-keten?
4. Welke gegevens ziet de internist bij een verwijzing in het KIS?
5. Mogen patiënten die een bewezen TIA hebben gehad en alleen antistolling gebruiken (geen antihypertensiva) geïncludeerd worden?
6. Mogen patiënten die antipsychotica gebruiken (geen antihypertensiva) geïncludeerd worden?

Organisatorische vragen

7. Welke tijd is er gereserveerd voor de intake?
8. Moet het logo van ketenzorg Friesland op de patiënten brief blijven staan?
9. Kan een praktijk ná de deadline nog een patiëntenbestand aanleveren (die in één keer geïncludeerd kan worden in het KIS?)
10. Valt de ECG en het doppler onderzoek binnen de keten-DBC?
11. Is de training voor de POH verplicht?
12.  Moet ik bij iedere patiënt beginnen met een intake?


Zorginhoudelijke vragen

1. Wat doen we met patiënten die in het zorgprogramma CVRM zitten en vervolgens een CVA krijgen? Welke contacten mogen nog door de arts gedeclareerd worden en welke niet?
Voorbeeld: Patiënt X wordt in april geïncludeerd in het zorgprogramma CVRM vanwege Angina pectoris (ICPC K74). In september wordt de huisarts gebeld en wordt patiënt X verdacht van een CVA (ICPC K90). Valt deze visite dan onder de ketenzorg of niet?

Op basis van de inclusiecriteria wordt de populatie geselecteerd die in aanmerking komt voor het zorgprogramma CVRM. Dit zorgprogramma richt zich op primaire en secundaire preventie van complicaties van atherosclerose. Ongeacht de inclusiecriteria, ofwel de gekoppelde ICPC, is elke zorghandeling die een orgaanspecifieke behandeling betreft, geen onderdeel van dit zorgprogramma. Slechts het optimaliseren van alle risicofactoren voor atherosclerose middels medicatie en lifestyle beïnvloeding staan in het zorgprogramma beschreven.

Interventies t.a.v. orgaanspecifieke complicaties, bijvoorbeeld het triëren en/of behandelen van een acute patiënt, het adviseren van een looptraining bij mensen met PAV, het regelen van een revalidatietraject voor een CVA-patiënt, het behandelen van iemand met een instabiele angina pectoris of een decompensatio cordis, zijn niet in de DBC opgenomen en kunnen dus separaat gedeclareerd worden.

2. Bij de diagnose Reumatoïde artritis (ICPC L88) is meestal de reumatoloog de hoofdbehandelaar. Behandeling vindt meestal poliklinisch in de 2e lijn plaats, onder verantwoording van de reumatoloog. Dat is dus een reden om te excluderen. Klopt dat?
Het gaat bij de exclusiecriteria om de 'hoofdbehandelaar CVRM'. Dat is meestal niet de reumatoloog. Van cardiologen en internisten mag je wel een CVRM-activiteit verwachten als ze voor een gerelateerde aandoening onder behandeling zijn. Afhankelijk van wat de specialist wel en niet doet, kun je besluiten de patiënten wel of niet te includeren (de meeste RA-patiënten dus wel).

3. In het rijtje ziektebeelden ontbreekt 'pre-diabetes' (ook wel 'verstoord suiker'). Moeten patiënten met deze diagnose niet opgenomen worden in de CVRM-keten?
Nee, dit is geen aparte risicofactor en telt daarom in het bepalen van de risicoscore niet mee. Op basis van andere factoren zouden ze wel in aanmerking kunnen komen voor het zorgprogramma CVRM.

4. Welke gegevens ziet de internist bij een verwijzing in het KIS?
De aangeleverde episodes uit het HIS worden opgeslagen in het KIS. Echter krijgen we voor CVRM bijv. alleen maar de CVRM- episodes, zoals gedefinieerd in de OZIS-standaard. De rest krijgen we sowieso niet binnen en kunnen we dus ook niet tonen.

Daarnaast zal in deze versie dit nog niet direct bij de internisten zichtbaar zijn, dat willen we in de loop van dit jaar inbouwen. Waarschijnlijk wordt dat de versie van rond de zomer.

Het is het meest logisch als een POH de gegevens invult bij de vraagstelling van een verwijzing.

5. Mogen patiënten die een bewezen TIA hebben gehad en alleen antistolling gebruiken (geen antihypertensiva) geïncludeerd worden?
Patiënten met een bewezen TIA (ICPC K.89) vallen sowieso binnen de keten (secundaire preventie), ongeacht eventueel medicatiegebruik.

6. Mogen patiënten die antipsychotica gebruiken (geen antihypertensiva) geïncludeerd worden?
Patiënten die antipsychotica gebruiken vallen alleen binnen de keten als zij een risicoscore tussen 10-20% hebben én een behandelindicatie voor hypercholesterolemie of hypertensie. T.a.v. het inschatten van het risico bij antipsychotica gebruikers dient er 20 jaar bij de werkelijke leeftijd opgeteld te worden (net als bij RA).


Organisatorische vragen

7. Welke tijd is er gereserveerd voor de intake?
Per jaar is er voor iedere CVRM-patiënt ongeveer 70 minuten gereserveerd bij de POH.
Deze minuten dienen door de POH besteed te worden aan de intake, jaarcontrole, eventuele vervolgconsulten, (optioneel) begeleiding SmR, opstellen van beweegplan en begeleiding bij Individueel Zorgplan.

Wij adviseren om voor de intake 20-30 minuten te reserveren. Van de gereserveerde tijd kan 5-10 minuten aan het dossieronderzoek worden besteed en kan de POH aan de patiënt uitleg geven over het zorgprogramma.

8. Moet het logo van Ketenzorg Friesland op de patiëntenbrief blijven staan?
Het betreft een voorbeeldbrief, praktijken mogen patiënten op eigen wijze informeren. Het logo mag dus worden verwijderd.

9. Kan een praktijk ná de deadline nog een patiëntenbestand aanleveren (die in één keer geïncludeerd kan worden in het KIS?)
Nee, in principe niet. In overleg wordt hier bij hoge uitzondering een andere afspraak over gemaakt.

10. Valt de ECG en het doppler onderzoek binnen de keten-DBC?
Nee, deze onderzoeken vallen niet binnen de keten-DBC.

11. Is de training voor de POH verplicht?
Ja. Er wordt een KIS-training georganiseerd, waarbij tevens de consultatie/verwijzing naar de tweede lijn aan bod komt. De POH is verplicht om deze training te volgen.

Tevens dient de POH vóór de start van het zorgprogramma de E-learning CVRM van de NHG (met positief resultaat) af te ronden.

12.  Moet ik bij iedere patiënt beginnen met een intake?
Ja, bij deelname aan het zorgprogramma CVRM is het noodzakelijk dat bij iedere patiënt wordt gestart met een intake.

Nadat de intake (eenmalig) is uitgevoerd, kan de POH de jaarcontrole gebruiken. De intake en jaarcontrole in het KIS bevatten een aantal verplichte velden, die gedurende het zorgprogramma bij iedere CVRM-patiënt ingevuld dienen te worden.