Inclusie- en exclusiecriteria

De specifieke in- en exclusiecriteria zijn gebaseerd op de meest recente aandoeningsspecifieke set in- en exclusiecriteria van InEen.

De patiënt kan deelnemen aan de keten-DBC als hij expliciet toestemming geeft voor het delen van medische gegevens met andere ketenpartners voor de behandeling. Deze toestemming staat daarna in het Ketenzorg Informatiesysteem (hierna KIS). Ook staat duidelijk aangegeven (volgens de verplichte NHG-labcode ‘Deelname ketenzorgprogramma’) dat de patiënt deelneemt aan ketenzorg. Deze labcode helpt bij goede registratie van patiënten die wel en niet deelnemen.

Wanneer een patiënt in aanmerking komt voor ketenzorg, maar door bepaalde redenen opname weigert, wordt dit vastgelegd in het HIS. Dit zijn bijvoorbeeld ook patiënten die niet kunnen meedoen aan de keten. 

De patiënt is ‘in zorg’ als hij voor zijn chronische aandoening zorg krijgt waarvan inhoud en levering overeenkomen met de beschreven prestaties in het zorgprogramma.

Handige links:

Inclusiecriteria Astma

Een patiënt wordt opgenomen in de keten-DBC Astma als:

  • de patiënt 16 jaar of ouder is en de voorlopige diagnose R96 Astma juist is gesteld volgens de NHG-standaard Astma en het Handboek op basis van anamnese, vragenlijsten en longfunctieonderzoek. Bij twijfel over de diagnose, vermoeden van astma ondanks een normaal longfunctieonderzoek,  is een consult van de longarts voorafgaand aan de inclusie in de keten nodig.
  • de patiënt inhalatiecorticosteroïden gebruikt of hiervoor een indicatie heeft volgens de NHG-standaard.
  • de patiënt (fysiek) kan deelnemen aan het ketenzorgprogramma.
  • de huisarts de hoofdbehandelaar is.
  • de patiënt instemt met ketenzorg.
  • de patiënt verzekerd is bij De Friesland Zorgverzekeraar of bij een zorgverzekeraar die de overeenkomst volgt.

Handige links:

Inclusiecriteria COPD

Een patiënt wordt opgenomen in de keten-DBC COPD als:

  • de patiënt van 18 jaar of ouder is en de voorlopige diagnose R95, COPD juist is gesteld volgens de NHG-standaard COPD en het Handboek volgens anamnese, vragenlijsten en longfunctieonderzoek. Bij twijfel over de diagnose is een consult van de longarts voorafgaand aan de inclusie in de keten nodig.
  • de patiënt bij anamnese een lichte of matige ziektelast van zijn/haar COPD ervaart, vastgesteld met bijvoorbeeld ziektelastmeter COPD.
  • de patiënt (fysiek) kan deelnemen aan het ketenzorgprogramma.  
  • de huisarts de hoofdbehandelaar is
  • de patiënt instemt met ketenzorg.
  • de patiënt verzekerd is bij De Friesland Zorgverzekeraar of bij een zorgverzekeraar die de overeenkomst volgt. 

De ernst van COPD wordt bepaald door de ziektelast. Dus de combinatie van klachten en beperkingen, frequentie van longaanvallen, FEV1 en voedingstoestand.

Handige links:

Dubbeldiagnose

Bij twijfel over de diagnose of als er sprake is van beide aandoeningen kan voor uitgebreide diagnostiek verwezen worden naar de longarts, onder andere omdat het van belang is voor het te voeren (medicamenteuze) beleid. Bij een mengvorm wordt de patiënt geïncludeerd in de keten-DBC Astma.


Exclusiecriteria Astma

Een patiënt kan elk moment worden uitgeschreven uit de DBC Astma. De huisarts is verplicht de patiënt uit de DBC Astma te verwijderen als:

  • de patiënt met de diagnose Astma met controles volgens NHG-standaard en/of ACQ in de afgelopen 12 maanden geen inhalatiecorticosteroïden gebruikte (incidenteel gebruik maakt van een kortwerkende luchtwegverwijder).
  • de patiënt is opgenomen in de keten COPD.
  • de patiënt is overleden.
  • de patiënt zich uitschrijft bij de praktijk van de huisarts.
  • de huisarts niet langer hoofdbehandelaar is.
  • de patiënt -al dan niet tijdelijk- voor behandeling van  Astma is overgedragen aan de specialist in de 2e lijn.
  • de patiënt niet meer verzekerd is bij De Friesland Zorgverzekeraar of bij een zorgverzekeraar die de overeenkomst volgt
  • de patiënt, bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden niet wil deelnemen aan de keten DBC Astma of in overleg met de huisarts besluit dat deelname aan de keten niet zinvol meer is.
  • er sprake is van no show, zoals gedefinieerd in ons no-showbeleid.
  • er geen informatie meer gedeeld mag worden.
  • de patiënt op grond van de Wet langdurige zorg van een zorginstelling verblijf en behandeling ontvangt.

Handige links:

Exclusiecriteria COPD

Een patiënt kan elk moment worden uitgeschreven uit de DBC COPD. De huisarts is verplicht de patiënt uit de DBC COPD te verwijderen als:

  • de patiënt is overleden.
  • de patiënt zich uitschrijft bij de praktijk van de huisarts.
  • de huisarts niet langer hoofdbehandelaar is.
  • de patiënt -al dan niet tijdelijk- voor behandeling van  COPD is overgedragen aan de specialist in de 2e lijn.
  • de patiënt niet meer verzekerd is bij De Friesland Zorgverzekeraar of bij een zorgverzekeraar die de overeenkomst volgt.
  • de patiënt, bijvoorbeeld door persoonlijke omstandigheden niet wil deelnemen aan de keten DBC COPD of in overleg met de huisarts besluit dat deelname aan de keten niet zinvol meer is.
  • er sprake is van no show zoals beschreven staat in ons no-showbeleid.
  • er geen informatie meer gedeeld mag worden.
  • de patiënt op grond van de Wet langdurige zorg van een zorginstelling verblijf en behandeling ontvangt.

Als de gezondheidssituatie van de patiënt stabieler wordt en de ziektelast afneemt, kan het zorgprogramma worden beëindigd. Dat gebeurt dan wel samen met zorgverlener en patiënt.

Exclusie wil niet zeggen: geen behandeling meer! De patiënt valt voor zijn zorgvraag onder de reguliere huisartsenzorg.

Handige links: